Mathieu Geelen Componist    Bijgewerkt:  15-03-2011           

 

 

 

 

 

Stichting Mathieu Geelen Componist

©2004 t/m ©2011

 

Herinneringen aan Mathieu Geelen

Mijn bijzondere herinneringen aan Mathieu Geelen omvatten twee bijzondere perioden uit zijn leven. Allereerst zijn studietijd aan het Maastrichtse Conservatorium waar hij toen o.a. leerling van mij was voor contrapunt en liedbewerking. Dat moet zo in de vijftiger jaren geweest zijn. Ik herinner mij dat hij toen zijn eerste composities meebracht, werkjes voor koor. Ik besprak die met hem en spoorde hem aan hiermee door te gaan omdat muzikale creativiteit duidelijk aanwezig was.
Mathieu was als student - piano, orgel, directie, theorie en compositie – een voorbeeld van een rustige, regelmatige werker met een uitgesproken belangstelling voor nieuwe muziekuitingen. Al spoedig bleek ook dat hij als dirigent een vaste greep bleek te krijgen op zangliefhebbers om zijn idealen, vooral wat repertoire betreft, te realiseren. Als dirigent van een kerkkoor en jongenskoor heeft hij een duidelijke trend gezet, met name met het Sittards mannenkoor. Voorbeelden hiervan zijn uitvoeringen van:
    - Edward Grieg: Landerkennung;
    - Igor Strawinsky: Oedipus Rex;
    - Mathieu Geelen: Pacem in Terris;
    - Mathieu Geelen: Dood Zonde;
    en van mijn Sinfonietta voor mannenkoor en orkest.

Tot aan zijn benoeming in 1965 tot directeur van de muziekschool te Weert en dirigent van het Kerkkoor St. Martinus heb ik Mathieu van vrij dichtbij kunnen volgen. Daarna heb ik hem een hele tijd uit oog en oor verloren.

Zijn alom geprezen directeurschap leidde in 1972 tot benoeming als directeur van de muziekschool te Eindhoven, een functie die hij slechts twee jaar vervulde omdat hij in 1974 benoemd werd tot directeur van het Twents Conservatorium.

Een toevallige ontmoeting op een concert in Amsterdam herstelde de lacune in onze wederzijdse belangstelling, die langzaam uitgroeide tot een hechte vriendschap. Zo kreeg ik meer inzicht in zijn denkwijze over "opvoeding" van muziekstudenten. De eigentijdse muziek speelde daarbij een voorname rol. Niet alleen het klassieke repertoire moest gekend en bestudeerd worden, maar ook het vervolg hierop.

Bekijken wij de grote lijst van zijn composities vanaf 1955 tot en met 1990 - het jaar van zijn sterven – dan zien wij in klank en bezetting een gestage groei. Waren de eerste composities hoofdzakelijk op praktijk gerichte a capella werkjes, geleidelijk komen ook blazers kleur verlenen. Psalm 46 is voor mannenkoor, bariton solo en orkest (1964) of Pacem in terris voor mannenkoor, sopraan en harmonie-orkest in opdracht van de gemeente Sittard (1969)
Triade uit 1975 - opdracht gemeente Eindhoven - is voor koperblazers en pauken, Livre d'orque 1978 een orgelwerk met een geheel eigen geluid, een werk dat ik ook op verschillende plaatsen gespeeld heb.
In 1985 richtte hij het Pianosexet op bestaande uit docenten van het Twents Conservatorium en waarvoor hij enige werken componeerde o.a. Sextet 1986. Waren zijn eerste composities uitgegeven door Annie Bank - een uitgever die veel werk van beginnende componisten heeft verzorgd- uitgever Harmonia verzorgde enige uitgaven en tenslotte was het de Stichting Donemus die veel werk het licht deed zien. En de opdrachtgevers wisselden van privé naar de NOS, Sittards mannenkoor, Korenbond, CRM, KRO, Gemeente Sittard of Eindhoven, Fonds van de scheppende Toonkunst en nog anderen. Bewijs te over dat zijn werk steeds meer belangstelling kreeg.

Een bijzonder bewijs van zijn kunnen bewees zijn Koorwerk Beati uit 1972 dat alom geprezen is als zijn meesterwerk. Dat hij ondanks drukke werkzaamheden toch nog steeds tijd vond voor composities is bewonderenswaardig.
Dat hij zich na zijn 'bevrijding' van het directeurschap van het conservatorium in 1989 zich bijzonder veel had voorgesteld van de dan vrijkomende tijd- componeren en zijn grote hobby schilderen, is helaas niet kunnen worden bewaarheid . Een ernstige ziekte maakte in 1990 een einde aan zijn leven.
Een indrukwekkend herdenkingsconcert 2 februari 1992 bevestigde nogmaals zijn grote capaciteiten als componist.

Een zeer belangrijk deel van zijn directeurschap heeft hij besteed aan de inrichting en aankleding van het nieuwe conservatorium bij het centrum van de stad Enschede.
Het gebouw ademt een sobere sfeer maar is vol muziek. Op de gangen mocht men muziek horen, maar de lokalen daarentegen waren onderling perfect geďsoleerd. Twee lokalen hadden speciaal zijn aandacht, de orgelstudio en het wonderlijke theaterzaaltje: podium, orkestbak en toeschouwerruimte, net echt! lk heb er met veel plezier een voorstelling bijgewoond van Hin und Zurűck van Paul Hindemith. Omdat annex aan het Conservatorium een grote concertzaal verbonden was met een uitstekende akoestiek, waarover ook het conservatorium enige middagen kon beschikken, was het woon- en werkgedeelte tot in de puntjes verzorgd.

Mathieu Geelen's leven als componist en directeur heeft rijpe vruchten achtergelaten. Het conservatoriumgebouw en zijn klinkende composities mogen de herinnering aan hem blijvend vasthouden.

Wat bijna altijd vergeten wordt: Mathieu's werkzaamheden lagen grotendeels buitenshuis. Maar de composities ontstonden thuis of op vakanties. Kortom de sfeer en belangstelling zijn dan heel belangrijk en wie draagt daar zeer veel aan bij? Een eresaluut aan Miny, zijn bijzondere vrouw!

Louis Toebosch maart 2004
        (
terug naar Zijn levensloop: klik hier)